Montbéliarde

 


RasbeschrijvingFoto's kruislingen  Stierkeuze

 

Startpagina     Hoe kruisen?     Welke rassen?     Onze bedrijfsproef    Fokvee te koop    Website links

Rasbeschrijving

Oorsprong

De Montbéliarde komt oorspronkelijk uit de JURA, een bergachtige regio in het oosten van Frankrijk dichtbij de Zwitserse grens. Het ras is voortgekomen uit het samenvoegen van meerdere locale rassen met als grootste invloed het roodwitte ras, wat nauwe verwantschap heeft met Simmenthal. Waarbij in Zwitserland de Simmenthaler en in Duitsland + Oostenrijk de Fleckvieh meer een dubbeldoelras is gebleven, is in Frankrijk de Montbeliarde vooral in de melkrichting gefokt. Maar daarbij is een goede bespiering altijd een duidelijk fokdoel gebleven. Doordat het ras stamt uit een hard en sober milieu zoals dat in een bergachtig gebied geldt, is de Montbeliarde een ras wat zich gemakkelijk handhaaft onder eenvoudige condities.

Omvang en productie

In totaal bestaat het ras uit meer dan 2 miljoen dieren, waarvan 685.000 koeien bestemd voor de melkveehouderij. Ten opzichte van 25 jaar geleden is dit aantal verdubbeld! Er is geen ander Frans ras dat een dergelijk grote groei heeft meegemaakt. In totaal zitten er 358.000 koeien in de melkcontrole en zijn 170.000 koeien registreerd in het stamboek. In 2000 waren de 358.000 koeien goed voor een (volwassen) melkproductie van 7303 kgM met 3,90%vet en 3,40% eiwit, in 316 dagen. Bedenk wel dat deze productie wordt gerealiseerd op basis van een eenvoudig rantsoen, met veel ruwvoer (hooi, kuilgras en/of mais) en met bijvoeding van simpele krachtvoeders en/of geplet graan.

Huidige verspreiding van het ras in Frankrijk:

# Productief Met een gemiddelde jaarproductie van ruim 7.300 kgM mag de Montbeliarde productief worden genoemd. Het gemak waarmee de koe produceert en de vlakke lactatiecurve is een sterk raskenmerk. Door het lage vet en hoge eiwit is de Montbeliarde uitermate geschikt voor een optimale benutting van het melkquotum doordat de vetreferentie wordt ontzien. De robuuste bouw van de koe met een spiertje extra maakt het gemakkelijker om hoog eiwit te leveren. Ook binnen de Holstein populatie is het een bekend gegeven dat de wat "rondere" koeien vaak de hogere gehaltes hebben, terwijl de meer "kale" koeien wel veel, maar vooral dunne melk produceren.

 
  Vaarzenlijst volwassen rund
Aantal resultaten
 
387 912 341 017
laktatieduur (dagen 295 319
Kg melk 6 403 7 697
Eiwit - g/kg 32,8 32,8
Vet - g/kg 39,1 39,1

# Sterk beenwerk De Montbeliarde is groot en fors, het beenwerk past hierbij: Het is droog en hard en in zijaanzicht vooral recht van stand, kwalitatief sterk en eerder grof dan fijn. Het achteraanzicht is fraai recht, de stap is krachtig en recht vooruit. De klauw is van achteren hoog met een korte klauwdiagonaal. Dit correspondeert met de steilere beenstand. Het gemiddelde beenwerk van de (Nederlandse) Holstein koe is eerder krom dan recht. Daardoor is Montbeliarde ook uitstekend geschikt om krom en hakkig beenwerk te corrigeren.

# Hoge vruchtbaarheid Het kruis van de Montbeliarde is constructief ruim en vooral hellend. Een ruim en hellend kruis vergemakkelijkt het afkalven en daardoor komt ook de nageboorte er gemakkelijk af. Door de sterke, brede bouw en de ruime bespiering is het een koe die altijd goed in conditie is. Een negatieve energie-balans is de Montbeliarde vreemd, ze start rustig in het begin van de lactatie en laat daarna een vlakke lactatiecurve zien. Het is van nature een ras met een goede persistentie. Het ruim gebouwde hellende kruis, de robuuste bouw en de persistentie in de lactatie zijn de grootste redenen voor de bovengemiddeld goede vruchtbaarheid van het ras.

Laag celgetal Het Montbeliarde uier is van prima kwaliteit en structuur. De ophangband is zeer taai, het uier neemt naarmate de lactaties vorderen wel toe in volume, maar niet in die mate die we kennen van bijvoorbeeld Holstein of MRIJ. Men heeft in Frankrijk onderzoek gedaan naar de mastitisresistentie van Holstein- en Montbeliarde koeien. Uit dit onderzoek is gebleken dat het celgetal van de Montbeliarde heel wat lager is dan dat van de Holstein. Bestrijding van mastitis is een grote, maar noodzakelijke kostenpost op ieder melkveebedrijf. Een ras met een van nature gezondere uier is zeer interessant. Dit geldt helemaal voor een melkveehouder met een biologische bedrijfsvoering, gezien het feit dat deze veehouders geen anti-biotica of andere medicijnen mogen gebruiken tegen mastitis. Met name voor deze groep is juist Montbeliarde een ras met erg veel potentie.

 Exterieurstandaard

De Montbeliarde is een ras met een behoorlijk formaat. Kwa hoogte- en lengtemaat kan het ras worden vergeleken met het Holstein-ras. Het zal duidelijk zijn dat de Montbeliarde beduidend breder is in bouw dan de Holstein.

Het gemiddelde gewicht van een volwassen Montbeliarde koe ligt tussen 650 en 800 kilo. Een stier weegt tussen de 1.000 en 1.200 kilogram.

Robuust

Montbeliarde is een ras met een spiertje extra. Dit maakt de koe sterker en daardoor robuust. De voorhand is breed en diep, netals de flanken. Ook de achterhand is breed, met name in heupgewricht. Een extra spiertje is een meerwaarde, de post omzet & aanwas is bij Montbeliarde-gebruikers hoger. Worstkoeien? Dit is een onbekend begrip met een Montbeliarde veestapel.

Door de robuuste bouw en de diepe borst oogt de Montbeliarde wat balkerig, dit uit zich in een lage score voor openheid (type). Dit is niet 100% terecht, want als men beter kijkt is te zien dat ook een zwaargebouwde brede koe wel degelijk "open" kan zijn en zo ook de Montbeliarde. Maar dit vergt wat meer studie en interesse in het ras, studie waar de gemiddelde stamboekinspecteur geen tijd voor heeft en waarschijnlijk ook geen tijd aan wil (mag?) spenderen. Dit is jammer, maar helaas. Het valt ook niet mee een koe die niet voldoet aan het ideaalbeeld van een Holstein te waarderen op juist die Holstein-standaard. Daardoor onstaan echter wel vaak de teleurstellingen bij de veehouder. De uitslag van de stamboekinspectie correspondeert vaker niet dan wel met het beeld wat de veehouder heeft van zijn koe. Een minder fraai uier hoeft niet een slecht uier te zijn, maar als de inspecteur een uier waardeert met bijvoorbeeld 78 punten geeft dit wel een (onterecht) negatief waardeoordeel. Andersom geldt hetzelfde, zou de Montbeliarde stamboekinspecteur een Holsteinkoe moeten inschrijven naar de Montbeliarde standaard zou de gemiddelde Holsteinkoe hoog scoren op het onderdeel uier, maar zwaar gestraft worden op bespiering, capaciteit, beenwerk, kruisvorm en kruisligging. De totaalscore zou dan ook ondergemiddeld zijn. Appels en peren zijn beiden fruit, maar slecht onderling te vergelijken.

Modern fokprogramma

Er zijn 2 Montbeliarde KI-organisaties in Frankrijk, UMOTEST en JURA-BETAIL. Beide KI's hebben hun eigen programma, waarbij UMOTEST de grootste is. De KI's hebben een selectie bestand van ruim 1.200 stiermoeders (koeien, vaarzen en beloftevolle pinken uit bewezen familie's). Vanzelfsprekend worden de stiervaders en stiermoeders geselecteerd op productie, exterieur en afstamming. In totaal worden er zo'n 170 proefstieren per jaar ingezet; 125-130 door Umotest en 40-45 door Jura Betail. Dit is een behoorlijk aantal, het is bijvoorbeeld groter dan het roodbont programma van Holland Genetics bijvoorbeeld (130 proefstieren) en van de Duitse KI's (163 RHF-proefstieren in 2002).

Strenge selectie

Het aantal stiertjes wat wordt aangekocht door de KI's is groot, want slechts 40% van de opgestarte stiertjes worden ingezet als proefstier. De KI's werken met een "eigen prestatie proef ". Dit betekent dat de stiertjes na aankomst op het quarantaine-station regelmatig worden getest. Vanzelfsprekend ondergaan de stiertjes veterinaire onderzoeken, maar ook de groei, voederconversie, bespiering en gewicht wordt regelmatig gecontroleerd. Alleen de besten worden uitverkoren voor het fokprogramma. Bij Umotest worden slechts 125 van de ruim 300 aangevoerde stiertjes uiteindelijk ingezet. Bij Jura-Betail is dit overeenkomstig: 40 van de 110. De KI's hebben de intentie om van iedere ingezette proefstier minimaal 80 dochters in de fokwaarde te krijgen.

Doordat de opfok zo streng is, mag en kan een veehouder er van uitgaan dat hij het beste wat er voor handen is inzet op zijn veestapel. En dan nog weet iedereen dat slechts 10% van alle ingezette proefstieren uiteindelijk fokstier zal worden. Daarnaast heeft het Franse Ministerie van Landbouw nog minimumeisen waar een stier aan moet voldoen. Als een proefstier ondergemiddelde fokwaarden krijgt voor productie en/of exterieur geeft het Ministerie geen toestemming aan de KI-organisatie om deze stier in te zetten. Ook hierdoor krijgen "slechte" stieren geen kans op invloed in de populatie

 

Naar boven