


Rasbeschrijving
Scandinavisch roodbont, is een verzamelende benaming voor de (sub)rassen Ayrshire (Noord-Amerikaans, Canadees en schots) , Noors roodbont (NRF, Norwegian Red), Zweeds roodbont (SRB, Swedish Red), Fins roodbont (Finnish Ayrshire) en gedeeltelijk ook Deens rood (Danish Red, apart besproken bij 'rassen').

Deze subrassen ontstaan van oudsher uit een mengeling van andere rassen (Ayrshire,
Shorthorn en de plaatselijke veestapel) en elk land heeft zowat zijn eigen weg
gevolgt. Gezondheidskenmerken en inteelt beperken is altijd heel belangrijk
geweest binnen de subrassen. Momenteel lijkt het erop dat de genen van de
subrassen steeds meer met elkaar verweven worden, wat zal resulteren in één
groot (Scandinavish) ras. De variatie aan genen is enorm en het is dan ook het
ras met de minste inteeltgraad, maar ook met de minst uniforme veestapel.
Binnen het ras heeft het Zweeds roodbont (omwille van de beste
productieresultaten) de grootste invloed, daarom beperk ik me ook hoofdzakelijk
tot het bespreken deze deeltak van het ras.

Foto: De zuivere Ayrshire lijkt erg goed op de Red-holstein, maar ze is
doorgaans wel een stuk lichter en smaller gebouwd.



Foto's: Noors roodbonten hebben doorgaans een grotere hoeveelheid Holsteinbloed
in de genen.
ZWEEDS ROODBONT
Zweeds roodbont onstond in Zweden in het begin van de jaren 1900 door
het inkruisen van Shorthorn en Ayrshire op het plaatselijk (land)ras. Later werd
ook een kleine hoeveelheid met Brown Swiss gekruist, het aandeel holstein in de
genen is verwaarloosbaar tot nihil!
Stamboom van het Zweeds roodbont:
http://www.scanred.se/SRB75.pdf


Foto's: Shorthorn vaarzen en Shorthorn koe (melktype).
|
Land |
Stier |
Vader/mvader |
HF |
BS |
RDM |
SRB |
(Ay-shrt-Land) |
TMI |
|
SWE |
T Bruno/Hulan |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
(60,0-33,1-6,9) |
+25 |
|
SWE |
Botans/T Bruno |
0 |
8,6 |
3,9 |
87,5 |
(57,3-24,6-5,6) |
+24 |
|
SWE |
Sköle/Västigård |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
(74,3-21,3-4,4) |
+21 |
|
SWE |
Backgård/Mabru |
0 |
17,2 |
7,8 |
75,0 |
(52,7-17,7-4,6) |
+20 |
|
FIN |
Kelli/Backgård |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
(81,8-12,9-5,3) |
+19 |
|
SWE |
Brattbacka/N Verneri |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
(76,9-17,5-5,6) |
+15 |
|
NOR |
Brandstadmoen/Hillstad |
17,2 |
0 |
0 |
82,8 |
(43,4-32,0-7,4) |
+12 |
|
FIN |
G Eskil/O Vakio |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
(90,6-4,2-5,2) |
+11 |
Tabel: Enkele actuele scandinavische stieren met het
rassenaandeel in hun genen.
HF=Holstein (incl. Red HF en oud scand. friesian), BS=Brown swiss,
RDM=oud Deens rood (incl. duits Angler), SRB=Zweeds roodbont met
onderverdeling van het % Ayrshire, Shorthorn en oud Zweeds landras.
Dankzij het fokprogramma boekt het ras nog elk jaar progressie voor gezondheidskenmerken zoals vruchtbaarheid, uiergezondheid en mastitisresistentie. Het kenmerkt zich ook door makkelijke geboortes, en erg gezond en sterk beenwerk, zij het in iets mindere mate dan bij Brown Swiss treffen we ook bij de Scandinaviërs regelmatig dieren aan met van die sterke zwarte klauwen. Die zwarte klauwen gaan altijd gepaard met van die baggerbonte benen.


Voor exterieurkenmerken heerst er een grote variatie binnen het
ras, toch kan worden gezegd dan het dier meestal kleiner en compacter is dan de
holsteinkoe, ze blijven wel beter hun conditie behouden.
Voor productie kunnen ze vrij goed concurreren met de holsteins.
| Zweeds Roodbont | Zwartbont Holstein (in Zweden) | |||||
| Jaar | Kg melk/koe/jaar | %Vet | %Eiwit | Kg melk/koe/jaar | %Vet | %Eiwit |
| 1980 | 5845 | 4,2 | 3,4 | 6175 | 4,0 | 3,4 |
| 1985 | 6321 | 4,3 | 3,5 | 6529 | 4,1 | 3,4 |
| 1990 | 7016 | 4,3 | 3,5 | 7307 | 4,2 | 3,4 |
| 1995 | 7552 | 4,4 | 3,5 | 8106 | 4,2 | 3,4 |
| 2000 | 8209 | 4,2 | 3,4 | 8963 | 4,0 | 3,3 |
| 2001 | 8378 | 4,3 | 3,4 | 9204 | 4,0 | 3,3 |
| 2002 | 8427 | 4,3 | 3,4 | 9234 | 3,9 | 3,3 |
| 2007 | 8754 | 4,3 | 3,5 | 9741 | 4,0 | 3,4 |
| 2008 | 8730 | 4,3 | 3,5 | 9648 | 4,0 | 3,3 |








Foto's: Orkko (Fins Ayrshire), Orraryd (Swedish red), Raastad (Norwegian red).

