In mijn omgeving was kunst niet vreemd.
Op het kleine kamertje van mijn vader, waarin hij zich terugtrok en schilderde, hing ik graag rond tussen de boeken en snuisterijen, doordrongen van de geuren van verf en terpentijn. In huis waren schilderijen heel gewoon. Dichten en schilderen zat bij de familie in het bloed. Zo wordt schilderen een vanzelfsprekendheid om mijn verbondenheid met de mens en zijn omgeving gestalte te geven.