"Waarom
u gaan afpeigeren bij 40° C in een land waar niets is?" Die
vraag is me vele malen gesteld. De uitdaging was ook voor mij niet voor
de hand liggend. Alhoewel ik er geen schrik van had, was er toch de
bezorgdheid over het behouden van een goede gezondheid. De hitte, met
mogelijke uitdrogingsverschijnselen en de onhygiënische omstandigheden
waarin ginds geleefd wordt, konden het plezier vlug vergallen. Bovendien
werd ik 8 dagen voor de afreis geconfronteerd met een gescheurde enkelband
waardoor 160 km lopen in deze toestand onverantwoord en wellicht ook
onmogelijk zou worden. Toch wou ik zien hoe ver ik kon gaan in deze
nieuwe zoektocht naar extreme grenzen, naar geluk en naar competitie.
Bovendien intrigeerde me de ontdekking van een andere manier van leven
en overleven, samen met de mystiek die er rond hangt.
Het engagement, dat ik aanging om geld te zoeken om een volk te steunen
dat het zeer moeilijk heeft ondanks hard werken, versterkte het gevoel
dat ik dit zeker moest doen. De zoektocht naar sponsors en de sponsorloop
die ik organiseerde, leverde € 2.515,- en veel steunende reacties
op. Hieronder het relaas van de 7 dagen die ik er beleefde…
Zondag
14 maart 2004
Als de bagage gepakt is, wip ik in de voormiddag nog bij de kinesist
binnen om een stevige tape rond mijn geteisterde enkel te leggen. Daarna
de laatste uitgebreide middag voor de komende 8 dagen en om 13.51 u.
zit ik op de trein richting Brussel, waar ik een kleine 2 uur later
de Thalys naar Parijs neem. Om 20.00 u. is er afspraak in de luchthaven
Charles de Gaulle. Iedereen probeert de voorraadtank maximaal te vullen
met sandwich, boterham of koekjes want de volgende dagen gaat het heel
wat minder zijn.
Maandag
15 maart 2004
Na een vermoeiende nachtvlucht landen we om 07.40 u. plaatselijke tijd
op de kleine luchthaven van Mopti. Niet alleen de temperatuur
is hier anders; in de ochtend is het zo'n 25° C, ook het dorre rood-bruine
landschap en de 'vreemd' geklede mensen bevestigen dat het hier een
andere wereld is.
Onze bagage gaat op 2 jeeps waarmee we zo'n 70 km verder naar onze startplaats
vervoerd worden.
In "Hotel Togona" worden we met luide geweerschoten
en een wild dansende menigte ontvangen. Na de middag worden we verrast
op een smakelijk middagmaal. De worm, die de geoliede salade probeerde
te ontglippen, namen we er maar met de glimlach bij.
Bij onze verkenning van Bandiagara, onze startplaats
waar zo'n 11.000 zielen wonen, stoot ik op een 'medicijnman' die mijn
voet wilde genezen met kruiden en plaatselijke rituelen. Hij had slechts
3 dagen nodig. Als ik zijn kaartje meekrijg, blijkt dat de goede man
ook nog toeristengids en antiquair is. Toch probeer ik het in ieder
geval op mijn manier. Ik hou het maar bij de goede zorgen van voor mijn
vertrek van dr. Paul Houben en kinesist Johan
Vranken.
Terug in 'ons kamp' is er de verplichte medische en technische controle.
De medische controle passeer ik "onder voorbehoud" en de technische
controle is ok. Mes, kompas, spiegel, overlevingsdeken, fluitje, zonnepet,
zaklamp met reservebatterijen, slaapzak en de minimaal 7.500 kcal waren
thuis zorgvuldig bij elkaar gezocht. Honger wilde ik vooralsnog niet
te veel lijden; dus nam ik zo'n 13.000 kcal (+/- 4 kg) aan eten mee
voor de 5-daagse looptocht. Mijn totaal rugzakgewicht bedraagt zo'n
10 kg inclusief 1,5 l water voorraad.
De organisatie bezorgde ons bovendien iedere dag 6 liter water tijdens
en na de wedstrijd en een gezamenlijk avondmaal in de dorpjes waar we
telkens overnachtten.
Ik heb ondertussen kennisgemaakt met Mr. Paul Togo,
de eigenaar van Hotel Togona. Hij wordt hier samen met zijn vrouw Monique
zeer gewaardeerd en gerespecteerd. Zij zijn beiden zeer geëngageerd
om de mensen van Bandiagara en de dogonstreek zoveel mogelijk te helpen.
Ik bespreek enkele mogelijkheden om concreet iets te kunnen doen met
€ 2.515,- sponsorgeld. Hij gaat o.a. een offerte vragen voor een
mobiele manuele pomp waarmee de 'toiletten' in Bandiagara geledigd kunnen
worden. Die toiletten zijn niet meer dan een grote put met een dal erop.
Riolering is er niet, dus als die put vol is, wordt hij met emmers leeggemaakt.
Een onhygiënisch vies werk met reële kans op besmetting! Mr.
Paul gaat ook contact zoeken met E.H. Yves Pauwels,
die al meer dan 40 jaar in Bandiagara werkt en ook heel goed weet waar
de hoogste nood is.
Dinsdag
16 maart 2004
De eigenlijke wedstrijd is gisteren gestart na de technische controle.
We, er zijn uiteindelijk 17 lopers waaronder 2 Malinezen, hebben 3 l
water gekregen om de avond mee rond te komen en om ons ontbijt te voltooien.
Wie niet te gulzig is geweest, zou nog zo'n 1,5 l moeten overhouden
voor de eerste 10 km van de echte wedstrijd.
De nacht op de grond in een tent is hard en kort. De t° zakt tot
zo'n 20° C en vanaf 4 u. 's morgens lossen ezels en hanen elkaar
af om maar iedereen op tijd aan de start te krijgen. Als de ochtend
gloort, rond 6 u., begint men her en der een vuurtje te stoken om de
noodzakelijke koffie of soep te kunnen nuttigen. Ik hou het bij wat
droge ontbijtgranen (300 kcal) en wat amandelnoten met rozijnen. Mijn
drinkbussen vul ik met 3-action sportdrank en rehydratatiezout.
Om 08.15 u. worden we op weg geschoten met een kalasjnikov-geweer, type
'14-'18 inclusief 20 cm steekvlam. Ik vertrek van achteren, nog licht
trekke-benend want de tape is nog geen 'sneller' werk gewoon. Snel is
veel gezegd want de weg, richting een uitgedroogde rivierbedding die
we moeten doorlopen, is zeer ongelijk en ik wil toch zover mogelijk
geraken. Dus strompel ik achter de bende aan waarbij ik tijd maak voor
af en toe een foto. Toch heb ik na zo'n 4 km, op het einde van de rivierbedding,
1 loper ingehaald. Ik voel me te goed om zo heel achteraan te lopen
en mijn voet doet niet echt pijn. In Bandiagara lopen
we over rood-bruine stoffige zand/kiezelwegen. Ik voel me beter en beter
worden en na 10 km bij de eerste bevoorrading loop ik al in 4° positie.
Het dorre landschap verandert even en we passeren enkele groen-blauwe
ajuinvelden waar jongens en meisjes voortdurend emmers water dragen.
Vanaf km 20 wordt het zwaarder. De t° kent geen genade en kruipt
richting 35° C in de schaduw. De droge oostenwind die we de eerste
3 dagen tegen hebben, maakt het niet aangenamer. Als bonus golft de
weg voortdurend op en af. Ik haal Soury, de Malinees
die veel te snel gestart is, in en we praten wat en blijven enkele kilometers
in elkaars buurt. Soury loopt heel ongelijkmatig, dan 500 m aan 12 km/u,
dan wandelt hij weer 500 m. Als hij me aanmaant door te lopen, krijg
ik het gezelschap van een jongetje met een fiets die +/- 20 cm uit het
spoor staat. Hij praat goed Frans en gidst me naar het aankomstdorp
Dourou. Op 1 km van het spandoek komt een uitgelaten
menigte van jongens en meisjes me tegemoet gestoven. Een van de jongens
vraagt: "votre nom?" en 3 tellen later loopt de hele bende
langs me op waarbij ze luidop mijn naam scanderen. Het contrast tussen
de armoede in de dorpen en de vreugde die van de kinderen afstraalt,
grijpt me enorm aan. Ik krijg tranen in mijn ogen en kippenvel. Ik finish
als 3° in 3h21 voor de 29 km bij een t° van 38° C in de
schaduw. Het feit dat mijn voet ook nog zo goed is doet diepe opgekropte
emoties van angst en onzekerheid loskomen. Dit moet één
van de gelukkigste momenten uit mijn 'loopcarrière' zijn.
's Avonds worden we verrast met een optreden met hevige maskerdansers
waarbij o.a. 'de jacht op het konijn' en een aanmoedigingsdans werd
uitgevoerd. De diepere bedoeling van die dansen was om contacten te
leggen met de onzichtbaren om zo een betere toekomst af te smeken. Heel
het volk was op post om het optreden bij te wonen en enkele 'would-be'
politieagenten hanteerden de stok om te nieuwsgierige kinderen op afstand
te houden. Als achteraf blijkt dat onze toebedeelde watervoorraad onvoldoende
is, kunnen we niet anders dan enkele ¾-liters bier naar binnen
gieten; kwestie van overleven. Dit ritueel zou trouwens de volgende
dagen een gewoonte worden. Dat de t° van het bier in de loop van
de avond de hoogte in ging, namen we er maar bij.
In Dourou spreken we wat met de dorpschef over eventuele noden in het
dorpje. Dat iedereen de boodschap nog niet echt begrepen had, bleek
uit de eerste optie. Hij stelde voor om een muur rond het 'gemeentehuis'
te bouwen ter verfraaiing en beveiliging. We stelden dan weer voor iets
te doen waar het volk daadwerkelijk iets aan had. In de school was er
nood aan schriften, krijt en meubilair. Er waren 600 leerlingen op school,
waarvan er heel wat uit naburige dorpjes kwamen. Dourou telt zo'n 2.000
inwoners en in het dorp is er 1 lantaarn op zonne-energie; een project
dat werd gerealiseerd door het Franse La Rochelle. Hier en daar heeft
een uitzondering een batterij voor enkele lampjes of zelfs een televisietoestel.
Zo'n batterij gaat +/- 2 jaar mee.
Woensdag
17 maart 2004
De nacht in mijn lichtgewicht slaapzak van slechts 500 gr was weer veel
te kort door luidruchtige kwasten die de voorkeur hebben in de ochtend
en namiddag te slapen. We moesten echter om 6.00 u. eruit en al om 7.30
u. op pad.
Wij verlaten het dorpje via enkele kleine steegjes langs typische woninkjes
en graanschuurtjes. Het pad loopt over schuin aflopende rotsen en ik
zit weer achteraan in de groep. Op een lang smal zandpad vormen we een
mooi lint want inhalen gaat hier niet. Zo bereiken we de rand van het
plateau. We dalen via een gevaarlijke kloof met rotsblokken de falaise
af. Ik daal af als een oud mannetje en word door verschillende lopers
ingehaald. Geen erg want deze serieuze test van mijn enkel wordt met
glans doorstaan. Beneden zwoegen we verder over een los zandpad tussen
enkele tuintjes. Af en toe zakken we 10 cm diep weg en raken nog amper
vooruit. Proberen te lopen is hier zinloos. We komen bij een waterput
waar we ons kunnen afkoelen. De weg loopt verder tussen de falaise aan
de linkerkant en grote zandduinen aan de rechterkant. Het is zoeken
tussen magere koeien en geiten naar de meest beloopbare paadjes. Aanvankelijk
zit ik op de hoofdweg met los zand. Ik wijk dan naar links uit en passeer
een dorpje. De weg loopt wel wat om maar er kan tenminste gelopen worden.
Twee kindjes in een vaalbruin broekje staren mij bewegingsloos aan.
De kans is groot dat ze nog nooit een loper in tenue met rugzak gezien
hebben. Regelmatig komen vrouwen met kruiken water op hun hoofd me tegemoet.
Telkens weer een welgemeend "ça va?" en een vriendelijke
glimlach. Plots sta ik voor een beekje dat deel uitmaakt van een irrigatiesysteem.
De weg verder moet ik even zoeken maar na wat zigzag bewegingen vind
ik een uitweg. Een klein jongetje dat vlot Frans spreekt, loopt probleemloos
3 km langs me op. Voor zijn aanmoedigingen en gezelschap geef ik hem
een energiereep. Verder in Amani passeer ik een 'heilig
water' met kaaimannen. Als ik mijn fototoestel neem, snelt de plaatselijke
souvenirhandelaar me toe met de mededeling dat hiervoor betaald moet
worden: 1.000,- Cfa (zo'n € 1,5,-). Het feit dat mijn geld ergens
onderaan in mijn rugzak zit, doet me mijn fototoestel vlug wegsteken.
Voorbij het dorp wijzen de pijltjes rechts aan. De plaatselijke fanclub
schreeuwt me toe rechtdoor te lopen. De 2 koplopers, Bernard
en Didier liepen hier voorbij voordat de bewegwijzering
was aangebracht. Ik tracht voetstappen te vinden in het mulle zand als
even later van rechtsaf een jeep aankomt. Het zijn Alain en
Fernand, de mensen van de organisatie die me direct
de goede weg wijzen. Ik heb pech want de weg die ik moet nemen is even
ver als de weg rechtdoor maar praktisch onbeloopbaar door het vele zand.
Constant wordt gezocht naar het beste spoor, dat er echter niet is.
In Irelli kom ik aan na 3.07 h voor de 27 km; terug
goed voor de 3de plaats.
De t° in de schaduw is hier nu al 35° C. De laatste lopers doen
er zo'n 5 uur over en zijn er niet al te best aan toe. Een fototoestel
bovenhalen zou lijken op leedvermaak en dat doe ik dus niet. De combinatie
hitte, vermoeidheid en een niet-optimale maag speelt sommigen duidelijk
parten. Mijn enkeltape lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. Ik verwijder
hem en gun mijn lichtgezwollen voet wat rust. 's Avonds zal de dokter
een nieuwe tape aanbrengen. Ik voel me nog goed en speel zonder problemen
2 porties spaghetti 'Carrefour' binnen; goed voor zo'n 1.000 kcal. Die
worden dan weer doorgespoeld met de nodige hoeveelheid gerstenat. Om
aan dat bier te geraken, moet er telkens een halsbrekende steile beklimming
gedaan worden via rotsen en een gevaarlijke trap.
Ook bij het bezoek aan het dorpje tegen valavond moet vanwege de steile
'paadjes' uitgekeken worden om gans te blijven. Op het dorpspleintje
zien we o.a. het "maison de palavre", een versierd gebouwtje
met een veel te laag plafond. Hier komen mensen hun problemen uitpraten
met de dorpschef. Iemand die kwaad wil rechtstaan, komt door het lage
plafond automatisch terug neer te zitten.
Na het traditioneel gezamenlijk avondmaal, spaghetti met kip, zoeken
we ons tentje weer op. De plaatselijke tam-tam-band kan het echter niet
laten gedurende enkele uren het beste van zichzelf te geven om hun blijheid
te uiten voor ons bezoek. Toch slagen ze er niet in om mij lang uit
mijn slaap te houden.
Donderdag
18 maart 2004
Het ontwaken gebeurt weer met hanengekraai en ezelgebalk. Dit zou de
zwaarste dag worden, namelijk de dag van de marathon. In overleg met
de gids wordt de etappe echter ingekort tot 24 km. Er worden t°
van boven de 40° C voorspeld en de extra verplaatsing met de 4x4
die we zouden moeten maken om exact 42 km te lopen, verhinderen het
vroege starten. De 'tragere' lopers zouden, aangezien het parcours vandaag
redelijk zwaar zou zijn, 8 uur of langer bezig zijn en dat in de heetste
periode van de dag. De meesten juichen de parcourswijziging toe. 24
of 42 km, ik had ze met evenveel plezier gelopen. Het is steeds in het
laatste stuk van de etappes dat ik beter presteer omdat mijn tempo redelijk
constant blijft, daar waar anderen na een paar uur vermoeid beginnen
te geraken.
Om iets voor 8 zijn we weg. De top 2 is al vlug uit zicht. Na een 5-tal
km de enige serieuze hindernis van de dag; een 100 m hoge rode zandduin
die we moeten zien te bedwingen. Dit gebeurt afwisselend lopend en wandelend.
Even na de top is de bevoorrading. Hierna kunnen we ons laten uitbollen
richting de falaise waar we heel dicht langs lopen. Een steil oplopende
flank bezaaid met talrijke rotsblokken en typische boabab-bomen doen
ons even op een andere planeet wanen. Terug in de bewoonde wereld stort
er weer een bende schoolkinderen op me af. "Troisième",
troisième, … en als er ééntje even later
mijn naam vraagt: "Eddy", "Eddy", "Eddy".
Zouden ze die echte kampioen Eddy hier ook kennen? Enkele kilometers
verder een jongetje dat minder geluk heeft. Hij gaat niet naar school
en heeft ook geen tijd om te supporteren. In een grote ronde kom stampt
hij zonder verpozen gierst klein met een grote stamper. Yendouma,
waar de aankomst vandaag is, zie ik in de verte liggen. Ik moet echter
eerst nog enkele kronkels maken vooraleer ik er arriveer. De ontvangst
is weeral grandioos. Twee rijen kinderen, over enkele 100 meters, vormen
een ritmisch applaudiserende haag waartussen ik, weeral als 3de, naar
het spandoek mag lopen. De gevoelens die losgemaakt worden door zoveel
contrasten zijn met geen pen te beschrijven. Onmiddellijk word ik door
de dorpschef geknuffeld waarbij hij ons duidelijk maakt dat hij zeer
blij en vereerd is met ons bezoek.
Als we onder een zeiltje wat recupereren, worden we constant gadegeslagen
door zeer aandachtig kijkende kinderen. Af en toe krijgen ze een lege
plastic fles toegeworpen waar ze uitermate gelukkig mee zijn. Tijdens
het middagmaal op een grote rotsblok in de schaduw van een boom komt
er langs mij een meisje - zij lijkt mij niet ouder dan 15 jaar - haar
baby'tje de borst geven. Het duurt verschillende pogingen voordat de
kleine tevreden is. Na de siësta trek ik me even terug onder een
majesteuze mangoboom, dichtbij ons tentenkamp. Ik heb een mooi uitzocht
op Yendouma, een dogondorp waarvan de hutjes en huisjes als in een sprookjeslandschap
tegen de rotswand gepuzzeld zijn. Het leven gaat hier gewoon zijn gang.
Een jongetje geeft een paar kleine mango-boompjes water uit een vieze
poel. Een ander slaagt erin met zijn katapult een duifje te schieten.
Nog andere lummelen maar wat rond in de hoop een snoepje, cadeautje
of ballon te krijgen. Een vrouw komt terug thuis met een groot pak hout
op haar hoofd. Wat verder staat een waterput met pomp waar enkele jongetjes
zonder verpozen water omhoog pompen. Dat wordt door kleurrijk geklede
vrouwen meegenomen om hun huishouden te doen.
Voor het avondmaal organiseren we voor de plaatselijke kinderen nog
een loopwedstrijd rond het dorp. Er wordt een startlint bovengehaald
en ook de finishzone wordt bepaald. Die finish eindigt echter op een
ramp. Er waren meer dan genoeg gadgets en petjes voorzien voor ieder
wat te geven. De honger naar een cadeautje was bij die mannen echter
zo groot dat ze niet in te tomen waren en als wilden de prijsuitreiker
bestormden, waardoor Alain geen andere keus had dan alle spullen achter
te laten en op de vlucht te slaan. Als we 's avonds willen gaan slapen,
krijgen we ook hier weer een gratis optreden aangeboden.
Vrijdag
19 maart 2004
Er zou vroeg gestart worden vandaag want er staan 36 km op het programma.
Stipt om 5 u. wordt iedereen aangemaand zich uit zijn tent te hijsen.
De dagelijkse "soign des pieds" wordt iedere dag wat langer.
De dokter doet er bijna 1 uur over om alle voeten wat 'in orde' te hebben.
De mijnen zijn nog in perfecte staat. Het enige wat ik doe is iedere
dag een vers paar Thorlo-sokken aantrekken.
Het is tenslotte toch bijna 7 u. voordat we weg zijn. De weg is aanvankelijk
zeer moeilijk vanwege het vele losse zand en het gevoel is vergelijkbaar
met het beklimmen van een steile berg. Ik verbaas mij erover dag er
verschillende lopers zo snel starten. Pas na enkele kilometers als de
weg wat beter is, krijg ik terug contact met de middenmoot. De 2 koplopers
zijn alweer vertrokken. Kilometer 10 bereik ik pas na 1.20 u. Hier lopen
we door een dorpje en slaan dan rechtsaf waarna we de falaise via een
rotspad, dat aanvankelijk lichtjes omhoog
loopt maar uiteindelijk sterk stijgt, terug beklimmen. Ik doe dit heel
behoedzaam want de klim die in totaal 1.200 m lang is, bevat heel wat
grote rotsblokken. Ik bewonder de vrouwen met een grote emmer water
op hun hoofd, die ik hier tegenkom. Zij moeten deze gevaarlijke weg
dagelijks maken om te overleven. In het dorpje boven is immers geen
water beschikbaar. Boven hebben we een mooi zicht op de 200 m lager
gelegen uitgestrekte vallei en op het dogondorp Banani,
dat we daarnet doorkruisten. Vanaf Bongo, waar enkele
grote gebedstafels staan om een goede toekomst af te smeken, moeten
we nog 23 km over een stoffige rode zand/kiezelweg die de warmte lijkt
aan te trekken. Op de rotsvlakten langs beide zijden van de weg verschijnt
regelmatig een kolom gesluierde dogonvrouwen, die op hun hoofd vrachten
naar huis sjouwen. Dan slingert de weg lichtgolvend door een wijds,
doods landschap. Ik vergeet even het huidige en mijn gedachten dwalen
af naar het thuisfront. Hoe zou het zijn met 'de klein mannen'? Kunnen
ze voor mij supporteren via het internet? Eigenlijk mis ik ze wel! Als
ik km 35 voorbij ben, zie ik Alain, één van de organisatoren,
zich wassen in een poel beneden langs de weg. Een plas verder een vrouw
die hetzelfde doet. Als Alain mij ziet, spurt hij hals over kop naar
me toe en koelt me af met zijn natte, frisse T-shirt. Het doet deugd!
In de verte komt een stofwolk op me af waaruit een bende jongens en
meisjes te voorschijn komt, die me de laatste hectometers over licht
omhoog lopende platte rotsen naar de aankomst leidt. Ik bereik Lougouroucoumbo
en er is weer een welgemeende ontvangst van de dorpschef en het schoolhoofd.
In de namiddag krijg ik het voorrecht om een les van het 6de studiejaar
bij te wonen. Er wordt een toneeltje voorgedragen, waarin een kind een
vrouw vertolkt die een kind krijgt en hoe ze het kind moet opvoeden
gedurende de eerste 2 levensjaren (wat de baby mag eten en wat niet,
…). Het toneeltje wordt ingekleed met enkele liedjes die andere
kinderen dan weer zongen. Ik bezorg de ouderwijzer achteraf wat schoolgerief
en hij wijst mij op de nood om de ouders te motiveren hun kinderen naar
school te sturen. Het schoolgeld bedraagt hier zowat € 2,5,- per
kind per jaar en de meeste ouders houden hun kinderen, die in dorpjes
op gemiddeld 5 km van school liggen, thuis. In naburige scholen worden
de ouders gemotiveerd door de kinderen bijvoorbeeld enkele liters olie
mee te geven, waardoor de vrouw des huizes in de keuken weer wat verder
kan en eerder geneigd is om de kinderen naar school te laten gaan.
De avond wordt ingezet met maskerdansers en een dansfeest waar de plaatselijke
schonen op een monotoon ritme hun beste beentjes voorzetten, al dan
niet met een baby op hun rug.
Het avondmaal eten we uit onze eigen gamellen en met ons eigen bestek,
daar er hier niks aanwezig is. De taaie haan met spaghetti smaakt er
niet minder om. We zoeken rond 21 u. voor de laatste keer ons matje
op om weer eens een veel te korte nachtrust te hebben.
Zaterdag
20 maart 2004
's Nachts weer redelijk wat wakker gelegen en gepiekerd over de laatste
etappe. Wat zou ik doen? Zou ik proberen de 1ste te volgen of gewoon
op gevoel lopen? Mijn fototoestel heeft definitief de geest gegeven;
dus foto's hoef/kan ik niet meer maken. Mijn enkel en de rest van mijn
lichaam voelen goed aan en ik heb nog wat reserves daar ik de vorige
4 dagen niks geforceerd heb. Ik besluit zo lang mogelijk aan een stevig
tempo te lopen, tenminste als het parcours geen grote risico's vereist.
Het startsignaal voor de laatste 29 km en ik loop meteen op kop met
Soury, de Malinees die de vorig dag opgaf maar zich nu weer goed voelt
en zich nog een laatste keer wil meten. Soury haakt na een km of 2 af
en iets verder sluit de top 2 bij me aan. In de afdalingen neem ik het
commando en in de beklimming volg ik het opgelegde tempo. Bij de 1ste
bevoorrading lopen we juist 12 km/u. Hier verlaten we de weg en lopen
we eerst over een licht stijgend rotsplateau en later op een verlaten
droge vlakte, waar we van teken tot teken lopen. Hier is geen pad af
weg te bespeuren. Na km 15 in 1.15 u. belanden we op een vlakte die
veel weg heeft van een groot petanqueveld. Nog verder verandert de omgeving
in een soort maanlandschap met een licht blinkende oppervlakte, waarin
sporadisch kleine kraters zijn met op de bodem nog wat water. Bernard
stelt voor om samen te blijven om zo een mooie aankomst te hebben met
de top 3. Het klassement van de eerste 3 kan toch niet meer gewijzigd
worden. Wij hebben er geen probleem mee. Bij km 20, die we bereiken
in precies 1.40 u., zijn we net op tijd voor de bevoorrading. 12 km/u
bij een t° van meer dan 30° C met een rugzak van toch nog een
kg of 7 à 8, dat had men nog niet gehad. Ik voel me echter goed
en wil doorvlammen. Didier begint echter te zwalpen.
Hij moet verschillende moeilijke kilometers verbijten waarin hij amper
vooruit geraakt. De laatste kilometers komt hij er toch terug wat door.
Van in de verte zien we het aankomstdoek hangen aan de ingang van een
klein peulendorpje van amper een paar 100 zielen. Die zijn echter allen
op de been om ons een onvergetelijk laatste rechte lijn te bezorgen
waarin we hand in hand over de streep lopen en waarna we elkaar in de
armen vallen van blijdschap en ontroering. Ik deel wat spullen uit,
die ik niet meer nodig heb; de wedstrijd is immers ten einde!
Als iedereen aangekomen is, wandelen we terug naar onze startplaats,
hotel Togona. Geen tentje meer maar een 'hotelkamer', t.t.z. een betonnen
ruimte met 2 rieten bedden en een stoffig muskietennet en buiten een
wc !!! en een douche. Voor ons is het in alle geval super de luxe. Ik
deel de kamer met Rik, die ook gedurende de ganse loop
al mijn tentgenoot was. Na de verdiende verfrissing en een groenteslaatje
keren we terug naar het peulendorpje, waar we nog een optreden te zien
krijgen. De ritmische begeleiding is hier niet met djembes maar met
halve kalabassen, waarmee met ringengeklop het ritme bepaald wordt.
Samen met een nasaalachtige treurmelodie heeft het toch iets speciaals.
Ondertussen raak ik aan de praat met André en
Eduard, 2 vriendelijke jongens van 18 en 16. De één
is katholiek, de ander moslim, maar ze zitten samen op school en wonen
dicht bij elkaar in Bandiagara. Eduard heeft een tamelijk
goed leven bij zijn thuis met zijn broers en zussen. André treft
het niet zo goed. Zijn vader is 14 jaar geleden blind geworden bij een
werkongeval en ze hebben het thuis moeilijk om te overleven. Als ik
zijn verhaal voorleg aan Mr. Paul Togo, de eigenaar van ons hotel, blijkt
dat helemaal te kloppen. Hij helpt de familie soms door wat gierst uit
te delen als ze echt niet verder kunnen. Er wordt nog een bezoek gebracht
aan Songo, een toeristisch dorpje met rotschilderingen.
Zondag
21 maart 2004
Na het ontbijt spreek ik nog even met Mr. Paul Togo. Hij heeft ondertussen
een offerte gehad voor de 'wc-pompen'. Hij bevestigt ook dat er 's avonds
bezoek is van E.H. Yves Pauwels, de witte pater uit
Bandiagara. Het is een vrije dag en ik heb met de 2 jongens Eduard en
André afgesproken om samen met Rik op souvenirjacht te gaan in
Bandiagara. We doen verschillende magazijntjes aan waarbij de verkoper
telkens weer al het mogelijk doet om iets te verlappen, geen rekening
houdend met de zaken waarnaar ik zoek. Als ik dan laat merken dat ik
met heel die bazaar niet gediend ben, ging het plots vlug. Ik mocht
naar het bureau komen en daar kon onderhandeld worden. Ik bestelde wat
ebbenhouten diertjes, die ze 's avonds zouden leveren. Ik heb vertrouwen
in de zaak, ook al ben ik niet zeker wat ze me gaan fabriceren. André
zegt dat ik gerust mag zijn. We slenteren verder door de achterbuurt
van de stad en komen zo bij het huis van André. Buiten lopen
2 biggetjes tussen wat opgestapelde stenen. Die zijn voor de verkoop
wegens te duur. Het huis is niet meer dan 4 betonnen muren met een deuropening
waarin een oude doek hangt. De ruimte is niet groter dan 3 m op 3 m.
De blinde vader van André ligt vooraan op de grond op een rieten
matje en zijn moeder zit in de hoek met alleen een sluier rond haar
middel. De jongere zus ziet er verzorgd uit en zit langs haar vader
op de grond. In de kamer staat een rieten bed van 1,5 m op 2 m. In deze
ruimte wordt met vieren geleefd en geslapen. In de hoek staat een blauw
plastic vaatje met wat water. Eten was er niet. Ik snap niet hoe een
jongen van 18 zo beleefd, vriendelijk en verstandig kan zijn als hij
voortdurend in miserie leeft. We worden er stil van en ik krijg tranen
in mijn ogen. Ik geef André € 50,- (goed om één
maand door te komen). Rik geeft zijn cadeautjes die hij voor vrouw en
dochter gekocht had aan het meisje en aan de vrouw. Het geluk dat ze
uitstraalden was immens. André gidst ons terug naar huis door
de velden die er nu dor en verdroogd bij liggen. Binnen 3 maanden zou
hier alles bewerkt moeten zijn. Tenminste als er genoeg regen valt!
Namiddag kunnen we een plonske maken in het zwembad even voor Bandiagara.
Het fris water doet deugd maar voelt vreemd aan. 's Avonds is er de
prijsuitreiking en een grote party. Ik maak hier kennis met de witte
pater, E.H. Yves Pauwels. We voeren een uitgebreid gesprek in afwisselend
Nederlands en Frans. Samen met de € 2.515,- die ik verzamelde,
heeft ook Martin, een collega-loper uit Olne waar ik
heel goed kan mee opschieten, € 500,- meegebracht voor een zinvol
project. Samen kiezen we 4 projecten uit:
1. de aankoop van 2 manuele pompen om de wc-putten te ledigen voor
een bedrag van € 1.500,-. Hieruit volgt dan ook een beperkte werkgelegenheid
voor de bedieners ervan.
2. € 500,- steun aan de school van Lougouroucoumbo om de ouders
te motiveren om hun kinderen naar school te sturen.
3. € 500,- voor de school van Dourou waarmee schriften en krijt
aangekocht wordt.
4. € 500,- ter ondersteuning van een associatie voor vrouwen die
verschillende doel-stellingen beoogt. Ik som er enkele op: de Malinese
vrouwen de kans geven zich te ontplooien, de aanschaf van enkele machines
waardoor een meerwaarde kan gegeven worden aan groenten die geteeld
worden (snijmachine voor tomaten) en het onderhouden van de dogoncultuur
door oprichting van een museum.
E.H. Yves Pauwels die het geld op een rekening van mr. Paul Togo zal
storten, werkt perfect samen met mr. Paul en zijn vrouw Monique, zodat
ik met een heel goed gevoel mijn verzameld geld hier kan laten.
Op het afscheidsfeest is er wat volk uitgenodigd zoals de burgemeester
van Dourou, maar ook wat mensen van het peulendorp waar we gisteren
aankwamen. Ook André en Eduard waren uitgenodigd. André
durfde niet goed te komen. Eduard was er wel en heeft zich goed geamuseerd.
Op de prijsuitreiking ontvang ik een typische 'tamboerijn' en een houten
beeld van een dogonvrouw.
Daarna is er de uitgebreide maaltijd en het feest duurt tot aan ons
vertrek om 3 u. 's morgens. Dit wordt in extremis met 2 uur vervroegd.
Het afscheid tegen enen valt enorm zwaar. Door allerlei omstandigheden
zal het nog 23 uur duren voordat ik thuis gelukkig maar moe aankom…
Dankwoord
Ik heb het ongelofelijke geluk gehad dat ik iets heel aangrijpends
maar tegelijk iets heel moois heb mogen beleven. Beelden en gevoelens
zullen voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Het schril contrast
tussen immense, onmenselijke armoede en het kunnen uiten van zoveel
vreugde en vriendelijkheid heeft me van binnen geraakt. Ik wil iedereen
bedanken die hun steentje hebben bijgedragen. Carine voor de mentale
en logistieke steun reeds vanaf de eerste voorbereidingen. Ward, Wietse,
Lennert en Robbe voor de tijd die ze me gegeven hebben om alles georganiseerd
en gerealiseerd te krijgen. Alle sponsors die ervoor gezorgd hebben
dat ik met een mooi bedrag de mensen ginds heb kunnen gelukkig maken.
Alle mensen die me gesteund hebben bij mijn sponsorloop, zowel organisatorisch,
als sympathisanten, als deelnemers aan de wedstrijd en alle schenkers
voor dit goed doel.
Tenslotte dokter Paul Houben en kinesist Johan Vranken die de laatste
week alles uit de kast haalden om me enigszins wedstrijdklaar te krijgen.