Fagna run 2 juni 2001

home
 

 

 
Reeds maanden had ik uitgekeken naar deze nieuwe ultra in een apart decor. 's Morgens om 03.00 uur liep de wekker af en niet veel meer dan een uur later schudde ik reeds de hand van organisator Philippe Willez, die voorzichtig naar mijn verwachtingen polste. Ik vertelde hem dat ik met een tijd van onder de 11 uur best kon leven, maar dat het gevoel tijdens de wedstrijd veel belangrijker was. Ik had tijdens een verblijf in de Ardennen eerder dat jaar al enkele stukken van het parcours verkend en wist dat dit meer was dan enkel een loopwedstrijd.
Tijdens de wat, voor mijn gevoel, overdreven briefing (+/-1/2 uur) sla ik nog even een babbel met enkele Nederlands-Limburgse loopwonders en om 05.30 uur worden we aangemaand te vertrekken. Een tijdsklok of een startpistool zijn hier ver weg en ook wij zijn weg voor een verre weg. Het regent heel lichtjes maar ik voel me goed en zit vooraan in de 100-koppige groep die Wegnez uittettert, waarbij hier nog heel wat decibels gecreëerd worden. Ik kijk wat rond en voel me wat muilezel in deze kudde. Ik heb namelijk een goed gevulde rugzak (2 l drank, reserve koolhydraten, regenjas) en een heupband met 3 flesjes drank, 2 zakjes dadels en een paar stukken rozijnencake.
Na een paar kilometers wordt het stil, want de eerste klim komt eraan. Ik heb me voorgenomen rond polsslag 135 te lopen en bergop zeer niet boven 145. Die laatste grens bereik ik al gauw en besluit nu al een eerste maal te wandelen. Langs mij merk ik nog iemand op die dit doet. Het blijkt Avelino Anthunes te zijn, die ik nog ken van de Transardennaise 2000, die hij overigens won. Ik weet nu zeker dat dit de goede tactiek is. Even hogerop een verdwaalde vroege fotograaf, of neen, 't is de enige echte Ton Smeets, die ons in dit miezerig weertje komt aanmoedigen. Na iets meer dan een uur voel ik dat mijn pasta van gisterenavond nu pas verteerd is en ik zoek een struik met gras. Tijdens mijn verblijf daar, passeren een tiental lopers op wie ik na een goede minuut oponthoud de achtervolging inzet. Een kwartiertje later, na een moeilijke afdaling, waar we een beekje oversteken met behulp van takken en dikke stenen, sluit ik aan bij het koppeleton, wat nog een kleine 20 man sterk is. Even verder moeten we enkele keren een weide doorkruisen, waarbij we telkens gebruik maken van dichtklappende poortjes waardoor de groep telkens in een mooi lint verandert eens het poortje gepasseerd. Even voorbij de kerk van Goé (km 19), het regent nu iets feller, tref ik mijn broer-begeleider-mentor-bevoorrader-masseur Luc en zijn vriendin Hannelore aan, waarna ik hem bevoorraad (een deel vast voedsel overboord). De afdalingen lijken me beter te liggen, daar ik hier telkens wat volk passeer. Ik moet zowat rond de 10de positie liggen, wanneer we Eupen naderen en wanneer Avelino terug langszij loopt. Hij heeft zich even van weg vergist maar trekt het zich niet fel aan, want de benen voelen nog goed en dat hoort er allemaal bij.
Ik sla de 1ste bevoorradingspost met water over, want ik heb amper zelf aan mijn Camelbag geslurpt. Ik besluit dan ook even verder mijn rugzak aan Luc te geven en verder te lopen met een 0,5 l flesje in de hand. Ik krijg zowaar even vleugels, maar helaas niet voor lange duur. Het is dan wel gestopt met regenen, maar we moeten vanuit Eupen omhoog klimmen langs de Helle richting Botrange. Na 3 uur wedstrijd, d.i. ½ uur klimmen vanuit Eupen en na ongeveer 34 km wedstrijd, begin ik mijn bovenbenen te voelen. Ik kan mijn tempo echter behouden en blijf lopen aan de richthartslag van 135. Ik probeer wat te eten en drink +/- 0,5 l/uur. Op km 47 moet de broek terug op de knieën. Hier is geen schuilplek, daar ik op dit moment midden op de Hoge Venen loop, maar het bevrijdingsgevoel was daarom niet minder intens. Nog even doorgaan tegen de wind en ik bereik Botrange (km 50 en 2de bevoorrading) in 4.37 uur en loop in 8ste positie. Ik graai een energiereep en een bekertje energiedrank mee en zoek me verder de weg tussen de venen en veenputten. Soms wordt er gelopen op typische houten wegbruggetjes en dan is het weer op verende ondergrond, alsof we op een korst op een grote blubber lopen. Op km 55 haal ik nr. 7 in die mij eerder op de dag was voorbijgeflitst. Hij is moe en leeg en zal de streep op eigen kracht niet bereiken. Vanaf km 60 verandert het parcours weer. We lopen nu door een moeilijk bos met uitstekende wortels en scherpe rotspunten. Er is hier amper plaats om de voeten neer te zetten. Ik hoor van mijn broer dat mijn voorganger last heeft van krampen en plots voelen mijn bovenbenen weer wat zwaarder. Zouden er bij mij ook krampen op komst zijn? Ik verorber nog wat dadels en hoop toch vlug de pechvogel voor mij te strikken. Wat verder klauteren we met behulp van een touw een rots omhoog (Rochers de billisse) en boven in het bos zwalpen we ons weer een weg omlaag. De bovenbenen kunnen de schokken tijdens de afdaling nog amper opvangen. We passeren nu een heel mooi stukje natuur langs de Hoëgne die we verschillende keren oversteken met brugjes en boomstammen. Even verder zie ik mijn voorganger die het heel moeilijk heeft. Ik loop erop en erover en wens hem veel sterkte en moed toe. Ik kom toe in Polleur en de hemelsluizen gaan voor 100 % open. Doorheen de neergutsende regen ontwaar ik de auto en de gedaantes van Paul en Anita, een loopvriend met zijn vrouw uit Diepenbeek, die mij de laatste uren wat komen oppeppen. Ik loop door tot aan het kasteel van Franchimont waar mijn viertallige fanclub mij luid aanmoedigt. De laatste 11 km loopt Luc mee en ik heb het gevoel dat er niets meer mis kan gaan. We maken nog vier felle afdalingen en evenveel beklimmingen waarbij vooral de afdalingen en pijnlijk waren, temeer ik nu ook al ongeveer een uur of acht liep met kletsnatte sokken en schoenen.
De laatste helling naar Wegnez kon ik het tempo wat opdrijven en boven op het overvol balkon van de school war de aankomst is, word ik als een held onthaald. Geen finishlijn hier, maar ik kruip de trap op en krijg een knuffel en een kus van Philippe, de organisator, waarna hij mij meedeelt dat ik 6de ben in een tijd van 9.46 uur. Ook de volgende uren worden alle aankomers onder een luid applaus onthaald in het gezellige zaaltje waar we bekomen, met een door de organisatie aangeboden koude schotel en een bord kaasspecialiteiten van de streek. We drinken er nog eentje waarna mijn benen een verdiende massagebeurt krijgen. Ik krijg ook nog een finishers T-shirt en vertrek met heel veel voldoening terug naar huis.