|
|
Reeds
maanden had ik uitgekeken naar deze nieuwe ultra in een apart decor. 's
Morgens om 03.00 uur liep de wekker af en niet veel meer dan een uur later
schudde ik reeds de hand van organisator Philippe Willez, die voorzichtig
naar mijn verwachtingen polste. Ik vertelde hem dat ik met een tijd van
onder de 11 uur best kon leven, maar dat het gevoel tijdens de wedstrijd
veel belangrijker was. Ik had tijdens een verblijf in de Ardennen eerder
dat jaar al enkele stukken van het parcours verkend en wist dat dit meer
was dan enkel een loopwedstrijd.
Tijdens de wat, voor mijn gevoel, overdreven briefing (+/-1/2 uur) sla
ik nog even een babbel met enkele Nederlands-Limburgse loopwonders en
om 05.30 uur worden we aangemaand te vertrekken. Een tijdsklok of een
startpistool zijn hier ver weg en ook wij zijn weg voor een verre weg.
Het regent heel lichtjes maar ik voel me goed en zit vooraan in de 100-koppige
groep die Wegnez uittettert, waarbij hier nog heel wat decibels gecreëerd
worden. Ik kijk wat rond en voel me wat muilezel in deze kudde. Ik heb
namelijk een goed gevulde rugzak (2 l drank, reserve koolhydraten, regenjas)
en een heupband met 3 flesjes drank, 2 zakjes dadels en een paar stukken
rozijnencake.
Na een paar kilometers wordt het stil, want de eerste klim komt eraan.
Ik heb me voorgenomen rond polsslag 135 te lopen en bergop zeer niet boven
145. Die laatste grens bereik ik al gauw en besluit nu al een eerste maal
te wandelen. Langs mij merk ik nog iemand op die dit doet. Het blijkt
Avelino Anthunes te zijn, die ik nog ken van de Transardennaise 2000,
die hij overigens won. Ik weet nu zeker dat dit de goede tactiek is. Even
hogerop een verdwaalde vroege fotograaf, of neen, 't is de enige echte
Ton Smeets, die ons in dit miezerig weertje komt aanmoedigen. Na iets
meer dan een uur voel ik dat mijn pasta van gisterenavond nu pas verteerd
is en ik zoek een struik met gras. Tijdens mijn verblijf daar, passeren
een tiental lopers op wie ik na een goede minuut oponthoud de achtervolging
inzet. Een kwartiertje later, na een moeilijke afdaling, waar we een beekje
oversteken met behulp van takken en dikke stenen, sluit ik aan bij het
koppeleton, wat nog een kleine 20 man sterk is. Even verder moeten we
enkele keren een weide doorkruisen, waarbij we telkens gebruik maken van
dichtklappende poortjes waardoor de groep telkens in een mooi lint verandert
eens het poortje gepasseerd. Even voorbij de kerk van Goé (km 19),
het regent nu iets feller, tref ik mijn broer-begeleider-mentor-bevoorrader-masseur
Luc en zijn vriendin Hannelore aan, waarna ik hem bevoorraad (een deel
vast voedsel overboord). De afdalingen lijken me beter te liggen, daar
ik hier telkens wat volk passeer. Ik moet zowat rond de 10de positie liggen,
wanneer we Eupen naderen en wanneer Avelino terug langszij loopt. Hij
heeft zich even van weg vergist maar trekt het zich niet fel aan, want
de benen voelen nog goed en dat hoort er allemaal bij.
Ik sla de 1ste bevoorradingspost met water over, want ik heb amper zelf
aan mijn Camelbag geslurpt. Ik besluit dan ook even verder mijn rugzak
aan Luc te geven en verder te lopen met een 0,5 l flesje in de hand. Ik
krijg zowaar even vleugels, maar helaas niet voor lange duur. Het is dan
wel gestopt met regenen, maar we moeten vanuit Eupen omhoog klimmen langs
de Helle richting Botrange. Na 3 uur wedstrijd, d.i. ½ uur klimmen
vanuit Eupen en na ongeveer 34 km wedstrijd, begin ik mijn bovenbenen
te voelen. Ik kan mijn tempo echter behouden en blijf lopen aan de richthartslag
van 135. Ik probeer wat te eten en drink +/- 0,5 l/uur. Op km 47 moet
de broek terug op de knieën. Hier is geen schuilplek, daar ik op
dit moment midden op de Hoge Venen loop, maar het bevrijdingsgevoel was
daarom niet minder intens. Nog even doorgaan tegen de wind en ik bereik
Botrange (km 50 en 2de bevoorrading) in 4.37 uur en loop in 8ste positie.
Ik graai een energiereep en een bekertje energiedrank mee en zoek me verder
de weg tussen de venen en veenputten. Soms wordt er gelopen op typische
houten wegbruggetjes en dan is het weer op verende ondergrond, alsof we
op een korst op een grote blubber lopen. Op km 55 haal ik nr. 7 in die
mij eerder op de dag was voorbijgeflitst. Hij is moe en leeg en zal de
streep op eigen kracht niet bereiken. Vanaf km 60 verandert het parcours
weer. We lopen nu door een moeilijk bos met uitstekende wortels en scherpe
rotspunten. Er is hier amper plaats om de voeten neer te zetten. Ik hoor
van mijn broer dat mijn voorganger last heeft van krampen en plots voelen
mijn bovenbenen weer wat zwaarder. Zouden er bij mij ook krampen op komst
zijn? Ik verorber nog wat dadels en hoop toch vlug de pechvogel voor mij
te strikken. Wat verder klauteren we met behulp van een touw een rots
omhoog (Rochers de billisse) en boven in het bos zwalpen we ons weer een
weg omlaag. De bovenbenen kunnen de schokken tijdens de afdaling nog amper
opvangen. We passeren nu een heel mooi stukje natuur langs de Hoëgne
die we verschillende keren oversteken met brugjes en boomstammen. Even
verder zie ik mijn voorganger die het heel moeilijk heeft. Ik loop erop
en erover en wens hem veel sterkte en moed toe. Ik kom toe in Polleur
en de hemelsluizen gaan voor 100 % open. Doorheen de neergutsende regen
ontwaar ik de auto en de gedaantes van Paul en Anita, een loopvriend met
zijn vrouw uit Diepenbeek, die mij de laatste uren wat komen oppeppen.
Ik loop door tot aan het kasteel van Franchimont waar mijn viertallige
fanclub mij luid aanmoedigt. De laatste 11 km loopt Luc mee en ik heb
het gevoel dat er niets meer mis kan gaan. We maken nog vier felle afdalingen
en evenveel beklimmingen waarbij vooral de afdalingen en pijnlijk waren,
temeer ik nu ook al ongeveer een uur of acht liep met kletsnatte sokken
en schoenen.
De laatste helling naar Wegnez kon ik het tempo wat opdrijven en boven
op het overvol balkon van de school war de aankomst is, word ik als een
held onthaald. Geen finishlijn hier, maar ik kruip de trap op en krijg
een knuffel en een kus van Philippe, de organisator, waarna hij mij meedeelt
dat ik 6de ben in een tijd van 9.46 uur. Ook de volgende uren worden alle
aankomers onder een luid applaus onthaald in het gezellige zaaltje waar
we bekomen, met een door de organisatie aangeboden koude schotel en een
bord kaasspecialiteiten van de streek. We drinken er nog eentje waarna
mijn benen een verdiende massagebeurt krijgen. Ik krijg ook nog een finishers
T-shirt en vertrek met heel veel voldoening terug naar huis.
|