|
|
Begin
januari 2002 brak het spartathlonvirus waarmee ik besmet was, serieus
uit. Ik wilde dit jaar, zo'n 2500 jaren na de boodschapper Pheiddipiddes,
absoluut deelnemen aan de 246 km historische route tussen Athene en Sparta.
Ik stelde een ruw trainingsschema op tot eind september en was vastbesloten
om mij terdege voor te bereiden op deze extreme uitdaging. Niet iedereen
in mijn min of meer directe omgeving begreep mijn beslissing, maar hoe
meer negatieve reacties ik kreeg des te vastberadener ik werd om dit avontuur
weldoordacht tot een goed einde te brengen.
Halverwege september heb ik de trainingsarbeid volbracht met maandelijks
een oplopende piekweek tot maximum 250 loopkilometers. Er zitten ook een
drietal "100 km" in en begin augustus de 160 km lange Transardennaise
van La Roche naar Bouillon. De rest bestaat uit rustige duurlopen van
10 tot 70 km aan +/- 10 km/h. Er resten mij nu enkel nog een paar weken
om te relaxen, wat extra te rusten en om de bloedspiegel naar een optimaal
niveau te krijgen.
Op woensdag 25 september reizen we af naar Athene, de vier kleine mannen
in goede handen achterlatende. Carine gaat immers mee als begeleidster,
bevoorraadster en supporter. Na de registratie en het uitpakken wordt
tijdens het avondmaal nog even van gedachten gewisseld met de andere deelnemende
Belgen Joseph Buteneers, Alain Ponchelet en William Verdonck over de toe
te passen looptactieken en prognoses. Van Nederlandse zijde wordt het
een aangenaam wederzien met o.a. Tom Hendriks en Jeffrey Oonk. Met deze
laatste werd 2 jaar geleden nog een spannend loopduel gevoerd tijdens
de vierdaagse Transardennaise.
De
volgende dag word ik nog even uit mijn concentratie gehaald door journalisten
van Radio 2 die mij na intens zoekwerk zelfs weten te strikken op mijn
hotelkamer. Ik dacht dat het na de media-aandacht van de afgelopen weken
wel afgelopen was. De laatste zenuwachtige nacht wordt om 5 uur bruusk
onderbroken door de "wake-up-phone" van het hotel. Vlug een
paar sneetjes krentenbrood met honing, een paar bananen en een fles water
onder de arm en ik kan op zoek naar de bus die ons stipt om 6 uur naar
de Acropolis brengt. Tijdens die helse rit van een half uur moet Carine
alles uit haar saxootje halen en verschillende verkeersovertredingen begaan
om het busspoor niet bijster te raken. Zo schiet er nog een half uur over
om wat beelden te vereeuwigen, maar vooral om zoveel angstige, nerveuze
blikken te aanschouwen. In de startbox plaats ik me vooraan tussen de
203 starters, niet om een blitzstart te nemen, maar wel om mijn filmregisseur
(ook Carine ) te dienen. De aftelling gebeurt erg onregelmatig maar toch
zijn we stipt om 7 uur onderweg.
Ik loop met een heuptasje met een drinkbidon en heb enkel wat rehydratatiezout
en spirulina bij. Ik krijg kippenvel en moet een enkele traan wegpinken
door het overweldigende gevoel eindelijk bezig te zijn met iets waar ik
al zo lang naar uitkeek. Ik moet niet naar de weg zoeken want er lijkt
wel een half politiekorps gemobiliseerd om alle zijstraten en de kruispunten
verkeersvrij te houden. De zo gevreesde smog blijkt nog redelijk te harden
als ik verderop langs de wild toeterende autokaravaan het stadscentrum
uitklim richting Dafni. Verschillende straathonden lopen mee over een
traject van meer dan 10 kilometers. De eerste tussentijd die ik in gedachten
heb is op km 15.2 waar we voor 1h25 wedstrijd moeten passeren of het is
al voorbij. Ik heb 9' over en dat is zeer geruststellend. Verder bij Aspropyrgos
rond km 20 vallen plots Alain en Joseph me op de hals. Dit is een heel
plezante verrassing daar de hele bedoening plots wat luchtiger wordt.
We doorkruisen een industriegebied met enkele onwelriekende raffinaderijen.
Even verder, rond km 35, moet Joseph aan de kant voor een eerste ontlasting.
Ik heb ook een lichte ontlastingsdrang maar besluit toch nog wat verder
te lopen. Voor enkele kilometers maar, want dan spring ik ook een eerste
maal achter een olijfboom. Zo passeer ik het marathonpunt alleen in exact
4 uren, zowat 30' onder het eliminatieschema maar perfect volgens mijn
eigen schema, waarin ik wil toewerken naar een bonus van tussen 1 à
2 uren bij het 80 kilometerpunt in Korinthe. De klimmetjes vanaf km 45
worden wat venijniger maar de beloning boven is ook telkens navenant.
De golvende kustweg slingert tussen idyllische baaitjes en ruwe rotspartijen.
Iets voor het 50-kilometerpunt kom ik terug bij Alain. We keuvelen even
en als ik even later "on y va " roep, zegt hij dat ik er maar
vandoor moet gaan. Hij heeft zijn dag niet vandaag. Zijn benen draaien
niet soepel rond. Als ik even verder van achter een muurtje op mijn hurken
toekijk, kan ik in de verste verte Alain niet meer bespeuren. Na 2 knappe
finishes de laatste 2 jaren is Sparta deze keer voor hem niet bereikbaar.
Ook voor Joseph loopt deze editie helaas niet op de meest gunstige manier
af. Zijn bijna 2 jaar oude hernia komt roet in het eten werpen. Zijn droom
om voor zijn vijftigste de Spartathlon nogmaals uit te lopen spat uit
elkaar. Toch rest hem nog genoeg energie om samen met Carine en met zijn
broer Jean-Marie vanaf Korinthe tot even voor Sparta mij mede te begeleiden,
aan te moedigen en waar nodig nog wat tips mee te delen. Ik zwoeg en zweet
intussen verder en zie dat een digitale thermometer een temperatuur aangeeft
van 28° wat verbazend goed overeen komt met de voorspelde 27°.
Gedurende 10 kilometers worden de benen wat zwaarder en ook de maag protesteert,
wat resulteert in 3 extra pits-stops. Ik steek even verder het indrukwekkende
kanaal van Korinthe over en bereik Korinthe in 8h15, 1h15 voor cut-off-tijd.
De spaghetti smaakt dan ook niet echt maar toch vertrek ik een kleine
10' later met een positief gevoel. Eén derde van de wedstrijd zit
erop, de gevreesde hitte is niet geweest en de voeten voelen nog goed.
Van nu af kan er om de 10 kilometers beroep gedaan worden op externe begeleiding.
Zo bereik ik de dorpjes Ancient Korinth (km 93, 17h00), Zevgolatio (km
102, 18h10) en na een lange beklimming Chalkion (km 113 in 12h45). Hier
heb ik een zak met een thermisch onderlijfje en een shirt met lange mouwen
laten zetten. Net op tijd, want de zon is weg en het wordt nu snel donker.
Ik krijg hier ook een pillicht om mijn weg verder te zetten. Die weg loopt
nu niet meer over effen paden maar over kronkelende kiezelwegen met putten,
gaten en losse en vaste keien en rotsen. De voeten worden wat meer op
de proef gesteld en dat vertaalt zich bij de volgende post in Ancient
Nemea (km 124, 21h18) in blaren. Ik lig 1h42 voor op het schema en kan
mij dus goed laten verzorgen door Carine met behulp van 'compeed' en zachte
handen. Als ik terug het duister in trek, trekt de hemel weer helemaal
open en de maan en de sterren voorspellen een mooie tocht. Het voetengevoel
is ook beter. Bij km 140 in Malandreni zet ik me weer even neer maar vlug
overvalt me een lichtmottig gevoel. Niet te lang zitten, een bouillonsoepke
en hup, op naar de volgende halte. De moeheid dreigt me soms in zijn greep
te krijgen en ik krijg licht hallucinerende gevoelens in mijn hoofd alsof
ik regelmatig effen van de grond ga. Vleugels krijg ik er helaas niet
van want de wandelpauzes worden stelselmatig langer en de zin om te lopen
wordt kleiner. Toch kom ik even later bij Tom. Hij heeft vergelijkbare
gevoelens maar hij heeft al 10 km alleen maar gewandeld. Hij twijfelt
Sparta te halen. Hierin verschillen we degelijk van elkaar. Sparta zien,
ten alle prijzen, de tol moet al heel hoog zijn. De echte klim over het
Pantenongebergte via de Sangaspas bereiken we via een slingerende klim
over asfaltwegen. Het uitzicht over de verlichte dorpjes in de valleien
en de verlichte kronkelende autostrade over de bergpas zijn magnifiek.
Dit maakt de klim alvast wat aangenamer. Op de bevoorradingspost van km
159,5 om 3h35, net voor de echte klim, is het al behoorlijk koud. Ik hoor
een deelnemer het voor bekeken gehouden maar die gedachte blijft bij mij
ver weg. Hier ligt zak 2 die ik had laten deponeren, met respectievelijk,
lange broek, trainingsjas, anorak en handschoenen. Ook die attributen
komen hier als geroepen, evenals mijn reserveschoenen die ik door Carine
laat aantrekken. Mijn voeten deden inmiddels al weer meer zeer dan goed
voor de gemoedsrust. Wat rauwe wortelen, een warme bouillonsoep en we
konden de klim aanvatten op zoek gaande naar groene en rode lichtbakens
die her en der opgesteld staan. De naar beneden schuivende rotsblokken
maken het de voeten niet gemakkelijker en ter ontlasting van de rug moet
ik ook twee maal op een grote rots uitblazen. Eénmaal hoor ik een
enkel kilo zware kei de val naar beneden maken gedurende verschillende
seconden, hopende dat hij op zijn weg geen toevallig slachtoffer zou maken.
De onstabiele ondergrond zorgt er ook voor dat ik tot driemaal toe val
en op een handen en voeten terug overeind moet klauteren. Toch wordt de
ijzig koude top nog tamelijk vlug bereikt. Een dikke doek om, wederom
bouillon en de afdaling kan beginnen. Ditmaal brengt de schoenverandering
geen soelaas. De toegebrachte schade aan de voeten is waarschijnlijk al
van die aard dat er nog weinig anders opzit dan de pijngrens een beetje
te verleggen. Toch doe ik de afdaling heel behoudend om zeker geen andere
letsels te creëren. Mijn voorsprong op het uiterste wedstrijdschema
bedraagt nog altijd 1h35 en dit met nog amper één derde
van de wedstrijd te gaan. Km 172 wordt bereikt om 06h00 en ik besluit
even later voor het weer licht is, nog eens aan de kant te 'zitten'. Op
het dorpsplein van Zevgolatio (km 186 om 08h15) heb ik precies 1h30 over
op het wedstrijdschema. Het is nevelig en er hangt een frisse koelte.
Ik denk dat het goed is mijn "winterkledij" tot de volgende
bevoorrading aan te houden. Reeds na een paar 100 m merk ik dat dit de
verkeerde beslissing is, daar de zon opkomt en het al heel vlug tamelijk
warm is. Ik durf dan ook niet te lopen uit schrik mijn lichaam te overhitten
waarna ik wel eens een terugslag zou kunnen krijgen. Ik verlies hierdoor
ongeveer drie kwartier van mijn bonus tot het volgende weerzien met Carine.
Terug in lichte loopkledij gaat het dadelijk terug wat beter. Ik kan ook
een beetje genieten van de mooie Peloponesos die ik doorklief en waarbij
ik aan weerszijden tussen mooie bergkammen loop. Dit plezantere gevoel
verdwijnt definitief na een 200 km (27h wedstrijd) als ik een oneindig
lange klim moet maken waarbij ik precies op een circuit zit dat ik moet
afleggen. De bochten lijken zoveel op elkaar en telkens weer opnieuw volgt
er een nieuwe kam met bocht. Ook al leg ik de klim grotendeels wandelend
af, toch voel ik dat mijn quadriceps hier toch fel onder geleden hebben,
want lopen lukt amper nog. Ik begin wat te tellen en zie dat ik ook wandelend
Sparta voor 36 h bereik. Waarom zou ik mijn zo getergd lichaam nog meer
afpeigeren! Mijn schoenen voelen ondertussen 3 maten te klein door mijn
olifantenvoeten. Mijn rechterschoen tekent rood door een bloedende blaar
op mijn dikke teen. Ik ben al door verschillende lopers ingehaald vooraleer
ik mijn benenwerk weer aan het rollen krijg. Ondertussen loopt William
al zo'n 10' op kleine afstand achter mij. Ik wuif enkele keren maar hij
reageert niet en ik denk dat hij het ook heel moeilijk heeft. Als hij
dan even later toch bij mij komt, schrikt hij mij hier te zien lopen.
"Ik dacht dat gij achterop waart" zegt hij. "Ik moet blijven
lopen want ik word zo stijf als een plank" gniffelt hij mij toe waarna
hij een versnelling zonder weerga plaatst. Op geen tijd is hij uit mijn
zicht verdwenen, daar waar hij even daarvoor nog kilometers in mijn zog
volgde. "Die wil precies eerste Belg zijn" denk ik maar ik laat
begaan. Als er nog wat lopers mij inhalen, begint het te knagen. Straks
ga ik nog laatste zijn, hoe moet ik dat thuis aan Ward en Wietse uitleggen.
Ik besluit mijn wagonnetje bij één van de voorbijlopers
aan te hangen. Dit lukt wonderwel en al vlug worden nu meerdere lopers
terug ingehaald. Ook William staat even verder geparkeerd en hij klaagt
over pijn aan de knie.
Ik blijf doorgaan en zo bereik ik tamelijk snel de brug over de Evrotas-rivier.
Ik krijg even verder begeleiding van een politiewagen en nog verder rijden
ook twee fietsertjes langs mij. Dan krijg ik toch nog de weerslag van
de net geleverde inspanning. Alvorens het standbeeld van Leonidas in de
gaten te krijgen, moet ik nog tot driemaal toe eventjes wandelen. De laatste
hectometers kom ik terug op topsnelheid en hier laat ik de talrijke aanmoedigingen
tot mij komen. Ik huppel de trappen naar Leonidas toe en ben zielsgelukkig
dat de bijna 35 uren durende strijd tussen fysieke inspanning en mentale
weerbaarheid ten einde is. De allerdiepste emoties die ik hier verwacht
blijven achterwege, waarschijnlijk als gevolg van de algehele vermoeidheid.
Ik krijg een schaal met water uit de Evrotas-rivier aangeboden en naar
analogie met de winnaars op de "oude spelen", wordt een olijfkrans
op mijn hoofd geplaatst, waarna ik fier nog een tiental minuten in Leonidas'
nabijheid vertoef.
Van de 203 starters bereiken uiteindelijk 89 atleten de finish binnen
de vooropgestelde limiet van 36 uren, waarbij ongeveer de helft uit Japan
komt.
Terug thuis is er een heus onthaalcomité opgericht. De straat is
versierd met spandoek, slingers en ballonnen. Binnen was er een gezellig
feestje waar ik als een "held" word behandeld. Alle spanning
is nu definitief voorbij. De negen maanden durende intense voorbereiding
heeft zijn vruchten afgeleverd en ik kan met volle overtuiging zeggen:
het is meer dan de moeite waard geweest! Zowel het sporadisch zware trainingsregime
dat ik mezelf oplegde, als de wedstrijd die zeker in de tweede helft bijwijlen
loodzwaar was, zijn peulschillen in vergelijking met het goed gevoel waarmee
ik nu weer een tijd door het leven kan dartelen.
Ik wil dan nu ook uit het diepst van mijn hart dank zeggen aan:
- Carine en 'de klein mannen' Ward, Wietse, Lennert en Robbe omdat zij
het mogelijk gemaakt hebben dat ik deze onderneming kon aanvatten; mede
doordat ik week in week uit de tijd kreeg om mijn trainingsschema zo getrouw
mogelijk af te werken;
- mijn broer Luc die mij 5 jaren geleden met het loopvirus besmette en
die al jaren veel energie in mij steekt, om mij zo goed mogelijk te laten
functioneren en die tijdens deze Spartathlon ongelooflijk meegeleefd heeft;
- de spartatleten Rik, Katja, Alain en Joseph voor de vele tips. Joseph
wil ik in 't bijzonder danken voor de reportage die hij me gaf van een
vroegere editie en voor zijn fantastische en fijne begeleiding en steun
tijdens en ook na de wedstrijd;
- Paul, Frank en Peter voor hun medische begeleiding;
- Fons, Jurgen en Steven om mij in optimale omstandigheden te laten starten;
- Renaat voor zijn materiële ondersteuning;
- de rest van het thuisfront, zussen, ouders en schoonouders, buren, collega's
en alle vrienden voor de talrijke aanmoedigingen, het vele medeleven,
de gelukwensen en voor de vele kaarsen die her en der gebrand hebben.
naar
een Engelstalige versie
|